De mythes van het afvallen


Onderzoekers hebben een aantal mythes rondom afvallen en zwaarlijvigheid vastgesteld in de New England Journal of Medicine.

Deze mythes worden ten onrechte als feiten en algemene waarheden gezien door zowel het publiek als professionals. Het onderzoek gepubliceerd in het tijdschrift is het resultaat van een analyse van veel onderzoeken op het gebied van afvallen en overgewicht.

Mythe 1:

 

Baby’s die borstvoeding krijgen hebben minder kans op overgewicht dan baby’s die flesvoeding krijgen.

 

Zelfs de WHO heeft deze mythe gebruikt in zijn rapportages. Onderzoek onder 13.000 kinderen gedurende 6 jaar vond echter geen relatie tussen borstvoeding en overgewicht.

 

Mythe 2

 

Het is beter om langzaam gewicht te verliezen dan in korte tijd snel af te vallen

 

Uit het onderzoek blijkt dat mensen die in korte tijd veel afvallen juist minder kans hebben om weer dikker te worden na verloop van tijd.

 

Mythe 3

 

Kleine veranderingen in eetpatroon en bewegingspatroon zorgen voor veel gewichtsverlies op de lange duur.

 

In werkelijkheid gaat het lichaam compenseren voor kleine veranderingen. Je wordt iets lichter en hebt daardoor ook minder calorieën nodig. Kleine veranderingen leiden op lange termijn dus ook tot weinig gewichtsverlies.

 

Mythe 4

 

Meer Gymnastiek en bewegingslessen op school kunnen overgewicht bij kinderen voorkomen.

 

Er is geen enkel bewijs dat dit het geval is.

 

Mythe 5 Realistische doelen stellen voorkomt frustratie bij het diëten en zorgt ervoor dat je gewicht verliest.

 

Dit is niet aangetoond. Er zijn zelfs onderzoeken die het tegenovergestelde vinden. Mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen verliezen meer gewicht dan mensen die realistische doelen stellen.

 

Mythe 6 Je moet “er klaar voor zijn” om te gaan afvallen en bereid zijn om je aan je dieet te houden.

 

Er is geen enkele relatie tussen bovenstaande invloed heeft op de resultaten van het afvallen.

 


(Visited 639 times, 1 visits today)